Archeologie

Het zodenhuis van Firdgum € 25,95
Het zodenhuis van Firdgum

Het Fries-Groningse kustgebied vormt een van de rijkste archeologische landschappen van Nederland. Het bestond oorspronkelijk uit vruchtbare kweldergebieden: een weids en boomloos landschap waarin het goed boeren was, mits men voldoende rekening hield met de zee. Welbekend zijn de terpen en wierden, de kunstmatig opgeworpen woonheuvels die de kustbewoners en hun kostbaarste goed tegen de hoogste vloeden beschermden. Veel minder bekend is dat ook de architectuur er sterk door de zee beïnvloed werd. Vooral in de vroege middeleeuwen kwam de nauwe relatie tussen landschap en bouwtraditie optimaal in de terpboerderijen tot uiting; opgegraven plattegronden uit de vijfde tot en met de zevende eeuw bestonden uit weinig meer dan dikke muren van gestapelde kleizoden.Ondanks hun streekgebonden uiterlijk waren deze zodenhuizen op dezelfde leest geschoeid als de 'houten' woonstalhuizen die elders in het zuidelijke Noordzeegebied gebouwd werden. Daarom is onderzoek aan de terpboerderij ook relevant voor de niet-Friese archeologie. Het kan hieraan zelfs extra bijdragen omdat terpen en wierden de archeologische resten zo uitzonderlijk goed conserveren. Waar elders van boerderijen meestal niet meer dan paalsporen worden blootgelegd, blijken in terpen de zodenmuren nog tot wel 70 cm hoogte overeind te staan!In deze eerste uitgave van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen zal blijken dat de lang vergeten zodenbouw tot in detail te achterhalen is. Gaandeweg wordt duidelijk dat de Noord-Nederlandse boerderijen in de vroege middeleeuwen veel duurzamer gebouwd en onderhouden werden dan tot nu toe werd gedacht. Kundig gebruikmakend van natuurlijke bouwmaterialen uit de eigen regio wist men al vroeg stabiele houtconstructies op te trekken die mede vanwege hun boogvorm significant afweken van de latere rechthoekige gebinten. Tot tweemaal toe wordt een vroegmiddeleeuws zodenhuis in het echt nagebouwd om zo de belangrijkste ideeën in een ambitieus archeologisch experiment op de proef te stellen. Daarmee komt de oudste middeleeuwse boerderijbouw in een volledig nieuw daglicht te staan - het verschil met de historisch bekende boerderijbouw kan haast niet groter.Daniël Postma (Aberdeen, Schotland, 1983) studeerde Pre- en Protohistorie van Noordwest-Europa aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2006 was hij betrokken bij het steilkantonderzoek aan een terp bij Anjum (Fr.), een in meerdere opzichten belangrijke opgraving waarover hij ook publiceerde. Sinds 2011 is hij als promovendus verbonden aan het Groninger Instituut voor Archeologie. Hij bestudeert de vroegmiddeleeuwse bouwtraditie van het Noord-Nederlandse kustgebied. In het kader van dit onderzoek bouwde hij het zodenhuis waarover dit boek handelt. Winnaar Universitaire Masterscriptie Waddenacademieprijs 2012. InhoudFoarupwurd - De boaiem ûnder bouwen 6Woord vooraf - De bodem onder bouwen 7Inleiding - Een ruime blik op verloren bouwtradities 11Archeologisch boerderijonderzoek in Noord-Nederland 33Vroegmiddeleeuwse zodenhuizen 63Een zodenhuis bouwen 95Een nieuwe kijk op oude bouwmaterialen 131De zodenbouw voorbij 159Het ontwerp van de houten hoofdconstructie 201Het einde van een oeroude bouwtraditie 233Ontwerp herzien, zodenhuis herbouwd 265Nawoord - Perspectief voor een oude bouwtraditie 307Dankbetuiging 318Beknopt literatuuroverzicht 330Illustratieverantwoording 333Colofon 335

Swifterbant € 11,45
Swifterbant

Er was tot nu toe geen boek beschikbaar voor het brede publiek over de Swifterbantcultuur (5000-3400 voor Chr.). En dat terwijl deze cultuur op de overgang van jagen-verzamelen naar akkerbouw en veeteelt uiterst belangrijk is binnen de Nederlandse archeologie. Deze cultuur is met name in Flevoland sterk vertegenwoordigd en draagt dan ook de naam van een plaats in de provincie Flevoland. De mensen van de Swifterbantcultuur waren echte pioniers die een milieu op de grens van land en water opzochten om in te leven. Het boek is geschreven voor een breed publiek. Zes experts schreven in totaal tien hoofdstukken over de Swifterbantcultuur. Het boek gaat in op de weerklank van de Swifterbantcultuur in Flevoland, op hoe de mensen hier leefden, op de grafcultuur, het aardewerk, vuurstenen en stenen werktuigen, hangers, houten voorwerpen, flora en fauna en bespreekt een dag uit het leven van Swifterbanters in Flevoland. Daarnaast komen vondsten van de Swifterbantcultuur elders in Nederland aan bod. Alle inwoners van Nederland verdienen het op een toegankelijke wijze over deze belangrijke cultuur geïnformeerd te worden. Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Swifterbant en het publiek: initiatieven en participatie 9 André van Holk 2 De Swifterbantcultuur. Een onzichtbare wereld op de kaart gezet 23 Daan Raemaekers 3 Vegetatie en gebruik van plantaardige bronnen 35 Mans Schepers Mens en dier in de Swifterbantcultuur 50 Wietske Prummel Zesduizend jaar gebruik van hout als grondstof 62 André van Holk Potten en pannen, het aardewerk 79 Paulien de Roever Vuursteen 98 Izabel Devriendt Het goud uit de zee. Barnstenen kralen en natuurstenen hangers 107 Izabel Devriendt Het grafritueel 116 André van Holk 10 "Een zonnige zomerdag in Swifterbant". Een verhaal over stenen werktuigen 129 Izabel Devriendt Beknopte informatie over de auteurs 139

Rijksmuseum van Oudheden Leiden € 46,25
Rijksmuseum van Oudheden Leiden

In juni 1818 werd de jonge Caspar Reuvens (1793-1835) benoemd tot hoogleraar archeologie aan de Universiteit Leiden. Tegelijkertijd kreeg hij het beheer over het Archeologisch Cabinet van de universiteit, toen nog Hoogeschool geheten. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als het begin van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden. In dit boek wordt de bewogen geschiedenis van het RMO beschreven: de periodes van bloei en baanbrekende activiteiten, met opgravingen in Griekenland, Tunesië, Egypte, Jordanië en Nederland, maar ook de moeilijke tijden, waarin het museum het met minimale middelen moest doen. Veel aandacht wordt in dit boek gegeven aan de verwerving van de Leidse topcollecties. Ook wordt er stilgestaan bij de veranderde relaties met landen waar de collecties oorspronkelijk vandaan komen.