Pockets non-fictie

Maak dat mee € 16,95
Maak dat mee

Maak dat mee - Weergave van de genialiteit én onrust van Felix Sperans 'Het taboe dat rond de psychiatrie en haar patiënten hangt, zal wel nooit uit geroeid raken in deze vooringenomen maatschappij,' verzucht Felix Sperans in 'Maak dat mee', zijn nieuwste, sterk biografische boek. Het is nu juist dat taboe, dat Sperans overtuigend bestrijdt in zijn boeken. Sperans is geen felle activist, maar een milde beschouwer. Hij schuwt het daarbij niet om zijn soms alles behalve gangbare opvattingen met ons te delen. Dat doet hij in trefzekere bewoordingen en 'ongekunstelde, heldere zinnen', zoals Kristien Hemmerechts terecht opmerkt. En soms met - opnieuw milde - ironie. Maak dat mee geeft in bijna vijftig hoofdstukken gebeurtenissen weer die zich voordeden in het leven van Felix Sperans. Een leven dat hijzelf nauwelijks de moeite waard vindt en dat zich voor een belangrijk deel in zijn Vlaamse sponde heeft afgespeeld: Sperans mediteert grote delen van de dag en doet dat meestal in bed. De resterende uren besteedt hij bij voorkeur aan het helpen van anderen. 'Klein bier' noemt hij het, maar de vele mensen die hij gedurende tientallen jaren met raad en daad terzijde heeft gestaan denken daar vaak heel anders over. Zo kreeg hij als voorzitter van de vereniging 'Psychiatrisme' te maken met talloze mensen die in onze westerse maatschappij tussen wal en schip vallen. Sperans bekommerde zich om hen en hielp hen waar hij kon én kan. Hoewel hijzelf te kampen heeft met een indrukwekkende reeks kwalen en psychische aandoeningen, belet hem dat niet om een inspiratiebron en helpende hand te zijn voor velen. Maak dat mee is zowel een weergave van de genialiteit als van de onrust die kenmerkend zijn voor (het werk van) Felix Sperans. Sommige verhalen zijn prachtig uitgewerkt en 'af' in literaire zin; in andere hoofdstukken schreeuwt een episode bijna om nadere uitleg, of zou je niets liever willen dan dat je meer te weten zou mogen komen over de achtergrond of het karakter van een personage. Die informatie krijgen we lang niet altijd. Sperans wordt letterlijk ziek van het idee alleen al om zich na een voor zijn gevoel afgerond werk te moeten wijden aan aanvullingen of nadere bespiegelingen. Hij beperkt zich bij voorkeur tot de hoofdlijnen. Geen tijd voor futiliteiten of uitstel. De zin van het leven moet worden gevonden. En wij zijn de laatsten die hem daarvan zouden willen afhouden. De werkwijze en discipline van Felix Sperans hebben geleid tot een imposante productie, die het lezen meer dan waard is. Tegelijkertijd is zijn compromisloze aanpak er mede debet aan dat een werkelijke doorbraak als schrijver tot nu toe is uitgebleven. Dat neemt niet weg dat Sperans in de loop der jaren met zijn romans en non-fictie boeken een flinke schare trouwe lezers heeft weten te boeien.

Een mooie oude dag € 15,95
Een mooie oude dag

'Laat ons nu nog maar wat werken en zorgen voor alles en iedereen die ons zijn toevertrouwd, en tussendoor onszelf wat sparen en ook wat geld opzijzetten, allemaal voor later, zodat we dan, eens we met pensioen zijn, van een "mooie oude dag" kunnen genieten, en zodat we daar dan ook de nodige middelen voor hebben, en ons niets hoeven te verwijten of te ontzeggen,' heb ik mijn vader zaliger vroeger dikwijls horen zeggen. Vader was een wijs man en dus heb ik hem op zijn woord geloofd, en navenant zijn "goede" raad geleefd.Wat er intussen van mij en vaders "goede" raad is geworden, nu ikzelf al middenin die "mooie oude dag" terecht ben gekomen, staat in dit boek.Gepensioneerden zullen zich ongetwijfeld in dit boek herkennen, en alle anderen kunnen erin lezen hoe zij zich best op hun pensioen kunnen voorbereiden, om er nadien optimaal en zorgeloos te kunnen van genieten.Felix SperansIk leerde Felix Sperans kennen als een zwaar hoestende filosoof. Reeds voor onze eerste ontmoeting had hij mij telefonisch al gewaarschuwd. Langer dan een halfuur moest het niet duren. Als hij zich niet goed voelde, dan hoefde het die dag niet. De rook van cigarillo's die in de kleren kroop moest ik er ook maar bijnemen. Tussen allerlei verhalen en levensperikelen door kreeg ik scherpe vragen voorgeschoteld: wat weet het boeddhisme nu allemaal te vertellen over 'de zin van het leven'? Geen inleiding nodig, graag tot de kern komen a.u.b. Ik vertelde wat ik wist, en zweeg over de dingen die ik niet wist. Ik mocht nog eens terugkomen.Daarna leerde ik Felix kennen als een schizofrene manisch-depressieve psychiatrische patiënt. Naar eigen zeggen had zijn jeugd en zijn onverdroten zoektocht naar de zin van dit alles hem tot aan de rand gedreven. Op die rand balanceert hij sindsdien. Myriam, zijn vrouw, staat een paar passen achter hem en houdt, met de kracht van liefde, zijn slippen van zijn hemd vast zodat hij niet voorover tuimelt. Zijn blik in de diepte van zijn ziel heeft hij reeds uitvoerig beschreven in tal van boeken. De psychiatrische patiënt bleek ook een auteur én schilder te zijn.Nu lijkt de strijder moegestreden. Felix is een 'bejaarde' geworden. De 'mooie oude dag' is aangebroken, tijd om achterover in de zetel te leunen, het nageslacht tevreden overschouwend.Niet voor Felix. Wat volgt is een beschrijving van zijn eigen mooie oude dag. Het leest als een medisch rapport: dubbele liesbreuk, aambeien, prikkelbaar darmsyndroom, prostaatproblemen... We sukkelen van de ene kwaal naar de andere. De brute waarheid van de onomkeerbare fysische aftakeling. Als veertiger lees ik het en kijk er naar. Zo, dit staat me dus ook te wachten. Als boeddhist weet ik dat ons leven overheerst wordt door lijden. Het boeddhisme heeft dit lijden tot haar eerste inzicht gemaakt. 'Alles is lijden' klinkt het canoniek. Ik wist dit al; ik las er over en besprak het met boeddhistische monniken, ik werd er zelf één.Dit fysieke lijden kan soms verholpen, soms verzacht worden. Maar wat we ook nog uitvinden aan medische ingrepen, als "condition humaine" kan ze nooit verwijderd worden. Dit onontkoombaar feit nu en dan recht in de ogen kijken vergt moed. Soms leven we het leven alsof het eeuwig en altijd peis en vree zal zijn. Felix' boek herinnert ons onomwonden aan de broosheid van ons bestaan en doorprikt de luchtbel van de 'maakbaarheid' van dit fysische lichaam. Alsof dit nog niet volstaat, gaat Felix verder met zijn opsomming: eenzaamheid, manisch-depressief, schizofrenie, levensmoeheid, existentiële angst. Psychisch lijden. Hier wordt het verhaal nog pertinenter. De fysieke kwaaltjes van een oude dag, tja dat hoort er bij, dat weten we. Verloren lopen in je hoofd, alleen blijven met verdriet en angst, de zin van het leven op een pathologische manier moeten zoeken en niet vinden. Dat is andere koek. Toch lijkt, jammer genoeg, ook dit steeds meer werkelijkheid te worden in onze overgestresseerde maatschappij. Daar staat Felix terug. Hij is oud en versleten, psychisch moe, maar onontkoombaar. Hij vraagt ons: wat is de zin van dit alles? Durven we er wel over nadenken, of doen we gewoon verder? Alsof het altijd gebeurt met iemand anders. Niet met ons. De lijn tussen psychisch gezond en ziek blijkt echter flinterdun te zijn. Zouden we niet beter wat van onze o zo kostbare tijd aanwenden om ook deugden als vriendelijkheid en mentale weerbaarheid te cultiveren?Ik leerde Felix uiteindelijk kennen als een filantroop, weliswaar een ietwat cynische filantroop. Zelfs gebukt onder zinloosheid en fysieke smart probeert hij toch zijn medemens te helpen waar nodig is en waar hij kan. Op één van onze ontmoetingen verzuchtte hij: 'Ik vrees dat elkaar proberen te helpen de enigste zin van het bestaan is.' Ik knikte bedachtzaam. Ik denk het ook. Elkaar helpen in de zinloosheid van dit bestaan als dé zin van het bestaan. Er verschijnt langzaam vaste grond in de maalstroom... Ons 'zelf' overstijgen als sleutel om 'lijden' op te heffen.Wellicht kom ik Felix in een volgend leven tegen in de gedaante van een boeddhistisch monnik...Shaku JinsenBoeddhistisch monnik, Wetenschappelijk Medewerker, Japanse Studies KU Leuven